Piet Kerssens: De Bossche avonturier en verzetsheld

Mijn inspiratie om dit stuk te schrijven komt voort uit een recent gepubliceerd artikel van de gemeente ’s-Hertogenbosch. In dit artikel belicht de gemeente het verhaal van verzetsheld Piet Kerssens en presenteert zij nieuwe informatie over zijn leven en zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Lange tijd werd Piet gezien als een groot verzetsheld tijdens de Duitse bezetting en als iemand die hielp bij de bevrijding van zijn thuisstad. In het artikel worden echter vraagtekens geplaatst bij dit beeld. Zo wordt gesteld dat hij gedurende een groot deel van de oorlog in het buitenland verbleef en mogelijk pas heeft meegeholpen aan de bevrijding toen de geallieerden al duidelijk de overhand hadden.

Tijdens de bevrijding van onze mooie stad werd Piet Kerssens neergeschoten toen hij een Engelse kameraad wilde helpen die gewond was geraakt. In een veldhospitaal in Rosmalen overleed hij aan zijn verwondingen.

Toen ik las over de persoon Piet Kerssens viel mij op dat veel bronnen verschillende delen van zijn leven beschrijven. Daarom wil ik hier, voor zover bekend, zijn hele leven op een rijtje zetten, zodat er een zo compleet mogelijk verhaal ontstaat. waarop je jouw eigen mening kan loslaten.

kerssens, petrus l. (piet)
Piet Kerssens in 1944

Op 7 maart 1921 werd Petrus Lucas (Piet) Kerssens geboren in ’s-Hertogenbosch als zoon van Theodorus Josephus Kerssens en Elisabeth Henrica Antonia Meuwese. Op zesjarige leeftijd verlaat zijn moeder het gezin en reist zij naar Antwerpen. Een jaar later scheiden zijn ouders en Piet blijft bij zijn vader in Den Bosch wonen.

In Den Bosch stond Piet bekend om zijn gelukkige uitstraling en als charmeur, iets waar de Bossche meiden dol op waren. Piet bracht een groot deel van zijn jeugd door in internaten, waarna hij een opleiding ging volgen tot banketbakker en kok. Op zijn vijftiende ging hij weer in Den Bosch wonen en werkte hij bij bakkers in Tilburg en Oss.

Zijn vader kreeg intussen te maken met grote problemen. Hij werd failliet verklaard en later dat jaar vastgezet omdat hij valse inlichtingen had gegeven over zijn financiële situatie. Na betaling van de vorderingen van zijn schuldeisers werd in maart 1937 het faillissement van vader Kerssens opgeheven.

Ook met Piet zelf ging het steeds minder goed. Tussen 1938 en 1940 kwam hij meerdere keren in aanraking met de politie vanwege kleine misdrijven, zoals diefstal. Deze incidenten vonden plaats in Amsterdam, ’s-Hertogenbosch en Maastricht.

Ondertussen was de oorlog uitgebroken en werd West-Europa bezet door nazi-Duitsland. In maart 1941 ging Piet samen met twee vrienden op weg met het plan om via Engeland naar Amerika of Canada te reizen. Hun bedoeling was om aan te monsteren op een schip om zo die landen te bereiken. Een van zijn vrienden, Cor van Creij, haakte onderweg naar Groningen af, maar zijn andere vriend, Jan Meijer, zette het plan samen met Piet voort.

In plaats van aan boord te gaan van een schip, vermoedelijk omdat varen tijdens de oorlog niet mogelijk was, besloten de twee Bossche jongens op 20 april 1941 de grens tussen Frankrijk en Spanje illegaal over te steken. Zij werden daarbij gearresteerd door de Spaanse grensbewaking in het plaatsje Portbou en vervolgens overgebracht naar een gevangenis in Figueras.

Daarna werden zij naar een gevangenenkamp in Cervera gebracht, waaruit zij enkele dagen later wisten te ontsnappen. Een week eerder waren Cees Droogleever Fortuyn en Louis d’Aulnis daar aangekomen; met hen raakten zij snel bevriend. Al op de eerste dag vroeg Kerssens om krediet bij de kantinebaas, die dacht met een Engelsman te maken te hebben en hem daarom geld leende. Engelsen ontvingen via de ambassade namelijk aanzienlijk meer geld dan Nederlandse gevangenen.

Diezelfde avond kregen Kerssens en Meijer ruzie met een paar Engelsen, die regelmatig voordrongen in de kantine. Al snel bleek dat Kerssens wilde proberen te ontsnappen. Via de keuken slaagden Kerssens en Meijer erin op de buitenmuur te komen. Bij het naar beneden springen verzwikte Meijer zijn voet, maar desondanks bereikten zij een dorp aan de spoorlijn richting Madrid en vervolgden zij hun weg naar de Spaanse hoofdstad.

In de trein mengden zij zich tussen enkele Duitse musici. Samen met hen stapten zij uit op het Estación del Norte in Madrid en liepen mee naar het Palace Hotel. Van de consul-generaal ontvingen zij ieder 500 peseta’s. Nog voordat zij de stad hadden verlaten, werden zij echter gearresteerd en overgebracht naar de Dirección-General de Seguridad. Daar wist Kerssens via de binnenplaats te ontsnappen.

Op het station klom hij op een trein en vervolgde zijn reis richting Lissabon. Vlak voor de grens werd hij ontdekt. Hij vluchtte, wist zijn achtervolgers af te schudden en moest vervolgens nog twintig kilometer lopen om de Portugese grens te bereiken. Onderweg werd hij gezien door twee stationswachters, die deden alsof zij hem wilden helpen, maar hem uiteindelijk op de trein terug naar Madrid zetten.

In de trein werd hij door twee rechercheurs geboeid. Toen één van hen in slaap viel en de ander de coupé had verlaten, klom Kerssens op het dak van de trein. Op dat moment maakte de trein een bocht, waardoor hij van het dak afgleed. Nog steeds geboeid zette hij zijn tocht te voet voort. Bij een schaapskooi brak een herder de ketting, waarna Kerssens zijn boeien kon afdoen.

Tijdens een rustpauze werd hij echter door een boer gezien en verraden. Terug in Madrid werd hij opgesloten in de gevangenis Santa Rita. De omstandigheden waren daar slecht: er was nauwelijks voedsel en er heerste vlektyfus. Dankzij tussenkomst van de consul-generaal werd hij overgeplaatst naar Miranda, waar hij Jan Meijer opnieuw ontmoette. Zij waren ongeveer twee weken eerder uit dat kamp ontsnapt; nu kwam Kerssens er opnieuw terecht en enkele dagen later volgde Meijer.

Kerssens werd drie weken opgenomen in het ziekenhuis. In het kamp viel hij op als gevangene: hij was gul en deelde zijn eten met anderen. Daarnaast dreef hij handel in koekjes, blikjes paté en zelfs horloges en kleding. Hij raakte bevriend met Fons Melissen uit Breda. Zijn relatief goede positie eindigde abrupt op de dag dat iemand zijn broek stal, waarin zich een muntenverzameling bevond. Hierdoor verliet hij Miranda met een schuld van 800 peseta’s.

concentratiekamp miranda de ebro 3 8 800x550p
Een van de Spaanse kampen waar Piet vast zat

Na terugkeer in Madrid sloot Kerssens zich aan bij andere Nederlanders die verbleven in hotel Falagan, waar zij wachtten op een visum en hun tijd doorbrachten in verveling. Op een dag werd Kerssens op straat aangehouden in gezelschap van een prostituee die syfilis bleek te hebben. Omdat hij zich verzette, werd hij gearresteerd en opgesloten. Na drie dagen wist de consul-generaal zijn vrijlating te bewerkstelligen.

Pas in april 1943 kwam Piet weer volledig op vrije voeten. Hij had de consul verteld dat hij voor Nederland bij de Duitsers wilde gaan spioneren en daarom contact wilde leggen met de Duitse diplomatieke vertegenwoordiging in Madrid. De consul vertrouwde hem echter niet en weigerde mee te werken.

Vervolgens ging Piet samen met een zekere Joseph Heide naar het Duitse consulaat. Op 10 juli 1943 vroeg hij daar een visum aan, met het doel in Frankrijk te gaan werken als tolk voor de Duitse regering, zoals hij verklaarde. Piet verbleef vrijwel dagelijks in de wachtkamer van het Nederlandse consulaat, waar hij volgens de consul gesprekken van vluchtelingen afluisterde.

De consul achtte het gedrag van Piet gevaarlijk voor de Nederlandse vluchtelingen en verzocht de politiechef hem in hechtenis te nemen totdat hij over de benodigde papieren beschikte om Spanje te verlaten. Door tussenkomst van de Duitsers werd Piet echter vrijgelaten en op hun kosten ondergebracht in een hotel in Madrid. Op 19 juli 1943 vertrok hij naar Frankrijk. De consul was ervan overtuigd dat Piet de Duitsers inlichtingen had verstrekt over de evacuatie van Nederlandse vluchtelingen.

Over Piets verblijf in Madrid bestaan nog twee andere verklaringen. De eerste is afkomstig van Martin Hoogervorst, een Nederlander die in hetzelfde hostel verbleef als Piet. Aan Hoogervorst vertelde Piet dat hij zijn diensten aan de Duitsers had aangeboden en dat dit succesvol was geweest. De tweede verklaring komt van Joseph Heide, die verklaarde dat hij samen met Piet het Duitse consulaat had bezocht. Het was hem daarbij opgevallen dat Piet daar goed bekend leek. Ook had Piet hem verteld dat hij altijd meer steun van de Duitsers had gekregen dan van de Nederlanders.

Elf dagen na zijn vertrek uit Spanje blijkt Piet werkzaam te zijn bij IG Farbenindustrie in de Duitse stad Ludwigshafen am Rhein. Vermoedelijk werkte hij daar als tolk. Het werk beviel hem echter niet en in november 1943 verliet hij de fabriek. Enkele dagen later werd hij opnieuw gearresteerd toen hij zonder papieren de grens naar Zwitserland bij Basel probeerde over te steken.

ig farben
De IG Farben afbriek in Duitsland

Piet werd overgebracht naar een gevangenis in Saarbrücken en kreeg drie maanden arrest. Vervolgens werd hij naar de strafgevangenis in Scheveningen gebracht en daarna overgeplaatst naar Kamp Amersfoort. Op 10 juli 1944 werd hij daar ontslagen.

Ongeveer één maand verbleef hij bij zijn familie in ’s-Hertogenbosch, maar op 11 augustus 1944 was hij opnieuw verdwenen. Over wat Piet daarna precies deed en waar hij verbleef tot aan zijn dood in oktober is veel onduidelijk. Mogelijk verbleef hij bij familie in ’s-Hertogenbosch, maar in augustus 1944 staat hij ook ingeschreven in de gemeente Utrecht.

Het is opvallend dat Piet Kerssens, zonder enige aantoonbare militaire ervaring, rond de bevrijding van Eindhoven plotseling verschijnt in het uniform van een Amerikaanse soldaat. Dat hij daadwerkelijk tot het Amerikaanse leger behoorde, lijkt onwaarschijnlijk. In werkelijkheid was Piet enkele dagen vóór de bevrijding in Eindhoven aangekomen, mogelijk na contact met zijn daar wonende neef Louis.

In Eindhoven sloot Piet zich aan bij een verzetsgroep die twee dagen voor de bevrijding, in de Pastoriestraat te Woensel, een Duitse auto buitmaakte. Een van de leden van deze groep, Henk Broekman, verklaarde later dat Piet zich twee dagen voor de bevrijding bij hen had aangesloten. Samen met Broekman zou Piet een Duitse soldaat hebben neergeschoten. Broekman vertelde hierover: ‘Piet Kerssens was een felle duivel en wij beiden hebben de moffen beschoten op het emplacement der Nederlandse Spoorwegen. Twee zijn er gevallen, dat weet ik zeker.’

Naar het oordeel van Broekman was Piet een felle en heldhaftige vechter, ‘een kerel’, maar tegelijkertijd ook ‘een dolle doordrijver’ van wie het niet verwonderlijk was dat hij uiteindelijk zou sneuvelen: ‘hij waagde alles, zelfs te veel’.

Op 24 oktober 1944, toen Piet met Amerikaanse troepen in Zetten gelegerd was, hoorde hij via de radio over de aanval op ’s-Hertogenbosch. Het is onwaarschijnlijk dat hij van de Amerikaanse legerleiding toestemming kreeg om naar vijandelijk gebied te reizen. Waarschijnlijk vertrok hij op eigen initiatief, mogelijk met een Amerikaanse jeep, richting zijn geboortestad.

tank
Tank in de Bossche binnenstad

Vanaf 22 oktober 1944 begon de bevrijding van ’s-Hertogenbosch. De Britse 53rd Welsh Division trok via Rosmalen de stad binnen. De Duitsers boden fel weerstand en op meerdere plaatsen in de stad vonden hevige gevechten plaats. Er vielen veel doden en gewonden onder Britse militairen, Duitse soldaten en de burgerbevolking.

Piet bereikte de stad onder granaatvuur via Sluis 0, de zijde van waaruit de stad werd bevrijd. Via de Hekellaan en de Bethaniëstraat kwam hij bij de Sint-Jacobskerk. Op de hoek van de Hinthamerstraat stopte de auto. Burgers riepen vanaf de overkant dat de straat onder vuur lag, waarop Piet en zijn metgezellen de Bethaniëstraat weer inreden.

Piet liep vervolgens via de tuinpoort het ziekenhuis Joannes de Deo binnen, waar hij kort sprak met de broeders en dokter Van Puyvelde. Via de achtertuinen van het Fraterhuis en het Theresianenklooster bereikte hij de binnenplaats van de wasserij van de familie Scheffers. Dochter Frieda herinnerde zich later: ‘We zaten in de kamer en hoorden onze buurvrouw De Rooij gillen. Ze was hevig geschrokken toen ze door het raampje een soldaat door het poortje zag komen. Wat hebben we gelachen! Het was Piet Kerssens, die we al een tijd gemist hadden.’

piet kerssens in hinthamerstraat okt1944 800x593p
Piet Kerssens in Amerikaans uniform in de Hinthamerstraat

Op karakteristieke wijze ging Piet op eigen houtje de stad in. Hij raakte vrijwel direct in contact met de vijand en liep door naar de hoek van de Hinthamerstraat. Daar ging hij op zijn buik liggen en begon te schieten in de richting van de Sint-Jan. Aan de overkant zag hij zijn vader, die bij Van den Groenendaal, de schoenenzaak, verbleef. Piet riep hem toe dat hij er zo aan zou komen.

De schietpartij in de Hinthamerstraat vond plaats tussen Duitse troepen bij de Sint-Jan en het peloton van sergeant Lawson van het 7e Royal Welch Fusiliers, dat zich bij de Antoniuskapel bevond. Piet werd door omstanders met gejuich begroet en genoot zichtbaar van zijn rol als bevrijder van zijn stad.

Opvallend was dat Piet zich vrijwel alleen door de stad bewoog, op een moment dat er nog nauwelijks geallieerde troepen aanwezig waren. Dit gedrag kan zowel als heldhaftig als onbezonnen worden beschouwd. Over dit moment werd later geschreven: ‘Toen op een gegeven ogenblik is hij, terwijl er nog een kogel langs zijn oren floot, de straat overgesneld naar boven om een ogenblik te vertoeven te midden der zijnen. De tijd was kort; er waren weinig woorden; er was een grote vreugde.’

piet k brengt duitser op 450x600p 3 13
Piet die een Duitse soldaat aanhoud

Volgens latere verslagen sloot Piet zich daarna aan bij Britse eenheden en raakte hij betrokken bij de gevechten rond de Wilhelminabrug. Op 26 oktober 1944 werd daar een Britse militair door een Duitse scherpschutter neergeschoten. Piet zag dit gebeuren en snelde de gewonde man te hulp, met een Rode-Kruisvlag in zijn hand. Daarbij werd hij zelf door vijandelijk vuur getroffen.

Zwaargewond werd Piet afgevoerd naar een eerste-hulppost in een café aan de Snellestraat en daarna per ambulance overgebracht naar het noodziekenhuis bij Coudewater in Rosmalen. Daar overleed hij later die dag, 26 oktober 1944, aan zijn verwondingen.

En zo komt het avontuurlijke leven van Piet Kerssens op 23-jarige leeftijd tot een einde. Tijdens de oorlog maakte hij van alles mee: van Spaanse gevangenissen en omzwervingen door Europa tot werk in de Duitse oorlogsindustrie en uiteindelijk de bevrijding van zijn eigen stad. De laatste jaren van zijn leven vormden een aaneenschakeling van gevangenschap, hulp aan anderen, overleven en reizen, totdat zijn verhaal eindigde waar het ooit begon. Wat mij betreft was Piet Kerssens een echte overlever, iemand die bijna alles overhad om in vrijheid te kunnen leven. Tegelijkertijd had hij zijn hart op de juiste plaats en toonde hij zich een held wanneer het er werkelijk op aankwam.

Graf Piet 768x1024
Graf van Piet Kerssens
  • Bronnen
  • Erfgoed ‘s-Hertogenbosch Piet Kerssens: verzetsheld of avonturier?
  • Wikipedia, Piet Kerssens
  • Bossche-encyclopedie, Petrus L. (Piet) Kerssens
  • Online cultuurhistorisch tijdschrift over ’s-Hertogenbosch Jaargang 5 Nummer 2 Juli 2024

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven