800 jaar stedelijke groei van ’s-Hertogenbosch

De stad tussen de Dommel en Aa
1225 Den Bosch 4 Scaled

De stad ’s-Hertogenbosch werd in 1185 gesticht op grond die destijds eigendom was van de graaf van Leuven. Voor die tijd bestond er slechts een klein gehucht met vissers en boeren. Voor deze locatie werd gekozen omdat de grond hier hoger lag dan in de omgeving Ook was er geen grote stad in de regio waar vanuit het Hertogdom geregeerd kon worden. Daarnaast speelde ook het militaire belang een rol bij het verlenen van stadsrechten: de regio had vaak te lijden onder plunderingen vanuit Holland en Gelre.

In 1225 werd de eerste stadsmuur voltooid, maar al snel ontstond de noodzaak tot uitbreiding. De Markt was – en is nog steeds – het centrum van de stad. Hier kwamen handelaren uit de regio samen, die dankzij de gunstige ligging tussen de rivieren de Dommel en de Aa gemakkelijk naar Den Bosch konden komen.

In de stad liet de hertog een verblijf bouwen en werd het eerste klooster gesticht. ’s-Hertogenbosch had drie stadspoorten, die inmiddels verdwenen zijn, en twee waterpoorten. Vanaf 1992 wordt er archeologisch onderzoek gedaan naar de zuidelijke poort. Sinds 2024 is een deel van een waterpoort, samen met een stukje van de stadswal, gerestaureerd en opnieuw zichtbaar gemaakt. Ook van de stadspoorten zijn nog sporen terug te vinden: de grondprofielen ervan zijn nog zichtbaar op de plekken waar de poorten ooit stonden.

Al in 1220 begon de bouw van de nu beroemde Sint-Janskathedraal. Destijds lag deze ver buiten de stadsmuren en was daardoor slecht verdedigbaar. Mede daarom werd in 1318 besloten een tweede stadsmuur te bouwen.

waterpoort
De zuidelijke waterpoort
Leuvensepoort2016 3
Uitlijning Leuvense poort
Bron: Erfgoed ‘s-hertogenbosch
Vesting ‘s-Hertogenbosch
1588 den bosch

Toen in 1368, ongeveer 50 jaar later, de tweede stadswal werd aangelegd, kwamen er veel kleine riviertjes binnen de stadswallen van Den Bosch te liggen. Omdat alleen de Markt hoger lag dan het omliggende gebied, moesten alle lager gelegen delen worden opgehoogd. Zo is de Binnendieze ontstaan. Boven de Binnendieze werden woningen gebouwd die nu iconisch zijn voor de stad. Dat werd gedaan wegens ruimte gebrek. In 1540 werden er nog twee kleinere stadsuitbreidingen uitgevoerd: in het zuidwesten de Vuchterdijk en in het noordoosten het Hinthamereinde.

Door de grote uitbreiding van de stad nam de handel toe, waardoor Den Bosch de vierde stad van het Hertogdom Brabant werd, na Brussel, Antwerpen en Leuven. De rivieren de Dommel en de Aa werden gebruikt als nieuwe slotgrachten van de stad. Ook werden vijf nieuwe stadspoorten en twee waterpoorten aangelegd.

In 1550 werd de Sint-Janskathedraal officieel voltooid, na 310 jaar bouwen. Eerst was er een kathedraal in romaanse stijl gebouwd, maar later werd deze bijna volledig vervangen door een grotere kathedraal in gotische stijl. Alleen de toren is in de andere stijl. De reden daarvoor was dat er niet genoeg geld was voor een nieuwe toren in de gotische stijl.

Vanaf de stichting van de stad in 1185 speelde het katholieke geloof een belangrijke rol in Den Bosch. Zo werden er vele kloosters van verschillende orders gebouwd, evenals talrijke kerken. In 1559 kreeg de stad ’s-Hertogenbosch haar eigen bisdom, met de Sint-Janskathedraal als hoofdkerk. Tot de dag van vandaag zijn nog monniken te spoten in de stad.

Aan het einde van de 15e eeuw was Den Bosch op de hoogte van zijn macht. met meer dan 20 duizend inwoners was het de grootste stad binnen de huidige Nederlandse grenzen. Daar kwam een eind aan toen de 80 jarige oorlog begon en Den Bosch drie keer belegerd is en zijn achterland verwoest werd. Ook hebben aan het einde van de middeleeuwen er ook meerdere stadsbranden plaatsgevonden.

waterstraat 2
Toren van de Sint-Jan
binnen dieze 1
De Binnendieze
Versterking van de moerasdraak
1773 den bosch

Aan het einde van de 16e eeuw werd besloten de stadsmuur te vervangen door dikke vestingwallen, omdat die veel beter bestand waren tegen kanonvuur. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd ’s-Hertogenbosch drie keer belegerd, waarbij het derde beleg in 1629 succesvol voor de Nederlandse republiek was. Het katholieke Den Bosch kwam toen in protestantse handen. De Sint-Jan werd omgevormd tot protestantse kerk, waardoor katholieken hun toevlucht moesten zoeken tot schuilkerken, die door het protestantse stadsbestuur wel werden getolereerd.

In het noorden van de stad werd bovendien een citadel gebouwd. Alle woningen in de omgeving werden gesloopt om vrij zicht te creëren. Door de Bosschenaren werd dit bouwwerk de Papenbril genoemd, omdat het fort naast een militaire functie ook bedoeld was om de inwoners in de gaten te houden. Papen verwees naar de katholieken, terwijl bril een metafoor was voor ‘toezicht houden’.

Onder het Nederlandse bewind werd de vesting versterkt met nieuwe bastions en hersteld na het beleg van 1629. Den Bosch maakte deel uit van het Zuiderfrontier, dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden moest verdedigen tegen eerst de Spanjaarden en later de Fransen. Het bekendste bastion is Bastion Oranje, genoemd naar de stadhouders uit die tijd.

Toen de Nederlanders de macht over Den Bosch kregen, mocht het begijnhof blijven bestaan tot de laatste begijn was overleden. Op de plek van het begijnhof werd vervolgens een groot nieuw plein aangelegd, dat werd gebruikt als militair oefen- en paradeterrein.

Einde van een tijdperk
1926 den bosch

Zeven jaar na de Napoleontische oorlogen, in 1822, werd de nieuwe Zuid-Willemsvaart door het centrum van Den Bosch gelegd. De stad wilde dit graag, want het had angst economisch achter te blijven. Rond het kanaal kwamen de eerste kleine fabriekjes te staan, wat het startschot betekende van de industriële revolutie in de Brabantse hoofdstad.

In 1874 werd de Vestingwet ingevoerd. Dit hield in dat vestingsteden hun verdedigingswerken moesten opgeven, omdat deze niet meer pasten binnen de moderne militaire tactieken. Bovendien wilden steden uitbreiden buiten de overbevolkte stadscentra, wat ook gunstig was voor de economie. Achteraf had ’s-Hertogenbosch geluk, omdat de vestingwallen nog nodig waren ter bescherming tegen hoog water. Daarom is slechts een deel van de vestingwerken van Den Bosch afgebroken.

De eerste uitbreidingswijk van ’s-Hertogenbosch is Het Zand. De naam verwijst naar de ophogingen met zand uit Vught, waardoor ook de IJzeren Man is ontstaan. In deze wijk werd het eerste permanente station van de stad gebouwd. Rond het station verrezen grote nieuwe woningen voor de bovenste lagen van de Bossche samenleving.

Een paar jaar later begon men met de wijken Muntel en Hinthamerpoort. Ook het land voor deze wijken moest worden opgehoogd, maar dit keer gebeurde dat door te graven op een plek dichter bij de stad, die nu bekendstaat als de IJzeren Vrouw. Dankzij deze stadsuitbreidingen kon ook de industrie in Den Bosch groeien. In het noorden van de stad kwamen verschillende locaties voor fabrieken.

station den bosch
Tweede station van Den Bosch maar het eerste permanente station
Bron: nationaalarchief
Het naoorlogse ’s-Hertogenbosch
1950 den bosch

Tijdens de bevrijding van Den Bosch in oktober 1944 raakten grote delen van de stad beschadigd, waaronder het centraal station. Door deze verwoestingen en de babyboom die na de oorlog plaatsvond, ontstond er een groot woningtekort in de stad. Dit was de aanleiding om in de jaren na de oorlog stevig uit te breiden met nieuwe wijken, zoals De Vliert, Den Bosch-West en het uitbreiden van Orthen.

In 1948 won de Bossche voetbalclub BVV het landskampioenschap van Nederland. Voor de stad was dat aanleiding om een gloednieuw stadion te bouwen met plaats voor 25.000 toeschouwers. Destijds was dit het op twee na grootste stadion van Nederland, na De Kuip en het Olympisch Stadion. Het stadion kreeg de naam van de wijk waarin het gebouwd werd: Stadion De Vliert.

Zoals eerder genoemd moest er na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog ook een nieuw centraal station komen. Ondanks het verzet van de Bossche bevolking om het station in de originele staat te herbouwen, koos de gemeente ervoor een kleiner en moderner station neer te zetten.

derde station den bosch
Derde station van Den Bosch
Bron: Erfgoed Den Bosch
stadion den vliert 1951
Stadion De Vliert in 1951
Bron: FC Den Bosch.nl
Den Bosch groeit
1978 den bosch

In de jaren 50, 60 en 70 bleef Den Bosch sterk groeien. Den Bosch-Noord werd gebouwd, Den Bosch-West sterk uitgebreid en Den Bosch-Zuid aangelegd. Door de uitbreiding van de Graafsewijk en Hintham groeiden deze wijken aan elkaar.

In 1971 werden de gemeenten Engelen en Empel en Meerwijk toegevoegd aan de gemeente ’s-Hertogenbosch. Door deze annexaties bereikte de gemeente de oevers van de Maas en ontstond er meer ruimte voor toekomstige uitbreidingen richting het noorden.

Ook op het gebied van infrastructuur vonden grote ontwikkelingen plaats. Het meest opvallende voorbeeld is de A2, die langs Den Bosch werd aangelegd en de stad efficiënt verbond met de rest van Nederland. Ten noorden van de stad kwam de A59 te liggen, die Den Bosch met het oosten en westen verbond.

Door deze grote ontwikkelingen groeide Den Bosch uit tot een forensenstad. Veel mensen gingen in de Randstad of in Eindhoven werken, terwijl tegelijkertijd veel inwoners uit de regio ervoor kozen om in Den Bosch te gaan wonen.

‘s-Hertogenbosch in de moderne tijd
2025 den bosch

En zo komen we aan in het moderne ’s-Hertogenbosch. In de afgelopen veertig jaar is de stad opnieuw enorm veranderd, met nieuwe stadsdelen zoals De Maaspoort, De Groote Wielen en een groot aantal kleinere stedelijke uitbreidingen.

In 1995 werd de gemeente Rosmalen toegevoegd aan ’s-Hertogenbosch en in 2015 het grootste deel van de gemeente Maasdonk, ondanks dat veel Rosmalenaren het daar niet mee eens waren. Enkele jaren later kreeg de stad een modern treinstation met een extra perron om meer reizigers aan te kunnen. In 2014 werd de omgelegde Zuid-Willemsvaart officieel geopend. De omlegging was noodzakelijk omdat grote schepen niet door het centrum van Den Bosch konden varen en kleinere schepen het verkeer regelmatig ophielden bij de ophaalbruggen. Tegenwoordig is de gemeente bezig om de oude kanaalzone om te vormen tot een recreatiegebied.

Een andere grote verandering was de complete verbouwing van Stadion De Vliert, dat inmiddels verouderd en te groot was geworden voor het aantal toeschouwers dat de wedstrijden bezocht.

De laatste jaren richt de gemeente zich sterk op inbreiding binnen de stad. Een goed voorbeeld hiervan is het Paleiskwartier: een wijk die vroeger grotendeels uit industrie bestond, maar die de laatste decennia is omgevormd tot een moderne hoogbouwwijk met veel water en voorzieningen. De wijk ontleent haar naam aan het Paleis van Justitie, dat zich hier sinds 1999 bevindt.

Een andere bijzondere stedelijke ontwikkeling is de Haverleij bij Engelen. Deze wijk bestaat uit verschillende kleine buurtschappen in een groene omgeving, waarbij de bebouwing vaak is vormgegeven als kastelen of vestingwerken.

Tot slot heb ik over het kaartje het oude stadcentrum uit 1225 over de afbeelding heen gelegd om te illustreren hoeveel de stad zich ontwikkeld heeft over de laatste 800 jaar.

paleiskwartier 1
Paleiskwartier
stadion den vliert
Stadion De Vliert
Bron: FC Den Bosch.nl
  • Bronnen
  • Erfgoed ‘s-Hertogenbosch
  • -Toren van 13e-eeuwse Waterpoort blootgelegd
  • -Leuvense Poort
  • -De Bossche vestingwerken in een tijdlijn
  • -De Zuid-Willemsvaart: Industrialisatie in ’s-Hertogenbosch
  • denbosch-cultuurstad
  • Wikipedia
  • -Geschiedenis van ‘s-Hertogenbosch
  • -Sint-Janskathedraal (‘s-Hertogenbosch)
  • -Bisdom ‘s-Hertogenbosch
  • -Parade
  • -Station ‘s-Hertogenbosch

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven